Case Vaassen Flexibel Packaging

 

Kwaliteit borgen door focus op werkplekleren

Het containerbegrip kwaliteit wordt te pas en te onpas gebruikt. Maar wat houdt kwaliteit en het borgen daarvan concreet in als het gaat over de praktijk van alle dag? Bij Vaassen Flexibel Packaging aan de oostrand van de Veluwe vertellen assistent operations manager Bert van het Hof en coördinator/trainer Johnny Visch hoe zij vanuit het opleidingshuis en door middel van werkplekleren hier praktisch invulling aan geven.

 

Het opleidingshuis bij Vaassen Flexibel Packaging (VFP) is opgezet om een structuur te creëren waarbij de rol van de opleidingscoördinator overbodig wordt. Johnny ziet hier een zelflerende organisatie voor zich die van binnenuit continu verbetert. “Als je niet nadenkt over wat je vandaag doet, doe je morgen nog steeds hetzelfde,” klinkt de motivatie van Johnny. Voor Bert is het vooral de ambitie om verder te denken, innovatief bezig te zijn wat het borgen van kwaliteit stimuleert. “Met 7 hoofdproductielijnen en 170 man op de werkvloer is een strak beleid neerzetten niet voldoende” ligt Bert toe, “het gaat erom dat het beleid ook wordt nageleefd en meebeweegt met de ontwikkelingen van de organisatie.” Als concreet voorbeeld schetst Bert de ontwikkeling van de multi inzetbaarheid van het personeel. De ontwikkeling in de markt en organisatie vroeg hierom, echter zorgde het voor vergroeiing. Of liever gezegd een wildgroei. De kwaliteit werd er niet beter op. Zo moest bijvoorbeeld de ploegenwissel strakker geregeld worden en werd er specifiek gekeken naar de manier van overdracht. Dit zorgde ervoor dat medewerkers een werkplek toegewezen kregen, waar zij maximaal tot hun recht komen en principes als 5S-werkplekinrichting worden nu veel consequenter gevolgd.

 

Leermeesterschap

 

Een ander aspect van kwaliteitsborging is het doorbrengen van tijd met een leermeester. Bert: “Wanneer iemand hier begint, dan zit het vaak theoretisch wel goed. Het gaat om die eerste twee, drie maanden in de praktijk. Door er in die tijd kort bovenop te zitten vanuit leermeesterschap, zie je wat die persoon mist en waar zijn of haar kwaliteiten liggen. Op dat moment kun je gericht werken aan het meegeven van de juiste ervaringen en het wegnemen van onzekerheden.” Een leermeester is toegewezen aan een bepaalde werkplek. Hierdoor wordt specifieke kennis rondom die werkplek zo goed mogelijk overgedragen. “Bovendien wordt de aansluiting van theorie op praktijk groter” aldus Johnny, “en daarnaast zien we dat de kwaliteit van de output niet meer afhankelijk is van welke teamleider er aanstuurt. Opnieuw een stuk borging van kwaliteit.“

 

Voldoende gekwalificeerd personeel

 

De verschuivingen in de markt veroorzaken ook verschuivingen in het productieproces. Lijnen worden complexer, wat automatisch meer vraagt van de operators. Vakbekwaamheid is hiermee gelijk geworden aan multi-disciplinair. “Onze uitdaging hierin was om de kwaliteit van operators uniform te krijgen,” vertelt Bert. Johnny vult aan: “Door te werken met een werkplekanalyse konden we alle opdrachten per werkplek beschrijven. Hierdoor werd iedere operator voorzien van dezelfde basiskennis en informatie. Je legt dan vast wat een operator moet kunnen op die plek en daar vervolgens ook éénduidig je opdrachten op formuleren, je communicatie op afstemmen, de bedieningen standaardiseren en de veiligheid borgen.”

 

Het trainingstraject is met deze aanpak van werkplekleren specifiek afgestemd op de betreffende werkplek en de competenties die daarbij horen. Door deze manier van opleiden wordt het personeel multi inzetbaar. “Planning is hierin een cruciaal onderdeel,”benadrukt Bert. “We hebben hier een nieuw plansysteem voor geïmplementeerd. Zo zorgen we ervoor dat er altijd voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is.” Johnny: “Je wilt natuurlijk te allen tijde voorkomen dat je de productie stil moet leggen, omdat er te weinig gekwalificeerd personeel aan de lijn staat.”

 

Veiligheid voor iedereen

 

Als het gaat over veiligheid draait het er volgens Bert vooral om dat je iedereen meeneemt in het hele verhaal. “Je moet juist ook de leken trainen in wat wel en niet mag. Die begaan in hun onbewustheid of onwetendheid fouten of nemen onnodige risico’s.” Een van de maatregelen is bijvoorbeeld de jaarlijkse veiligheidstoets. Verplicht voor iedereen binnen de organisatie. Ook worden er regelmatig veiligheidschecks en risico-inventarisaties gedaan. Bijvoorbeeld heel specifiek gericht op situaties met gevaarlijke stoffen of hoe te handelen in het geval van thermische uitval.

 

De projectorganisatie

 

In alle uitdagingen en ontwikkelingen ziet Bert vooral de kans om kwaliteit te borgen in het toewerken naar een projectorganisatie. “Ik zie dan vooral operators voor mij die projectmatig werken en hierin hun eigen verantwoordelijkheid pakken. Dus niet meer vanuit een hiërarchie aangestuurd, maar autonoom.” Dat vereist een proactieve houding als operator. Johnny ligt toe: “Proactief is leiderschap tonen. Wil je iets geregeld hebben? Dan zul je daar zelf achteraan moeten. Leiderschap wordt zo eigenaarschap. Daarom trainen we onze operators ook in leiderschapscompetenties zonder dat zij een leidinggevende functie hebben.”

 

Resultaten waar je u tegen zegt

 

Enkele tastbare resultaten van het hele opleidingshuis zijn volgens Bert terug te vinden in het verminderd aantal klachten, minder ongevallen en minder afval, de groei in omzet met hetzelfde aantal mensen en een verstevigde concurrentiepositie. “Het is echter wel ontzettend belangrijk om te realiseren dat dit niet het resultaat van een éénmalige actie is, maar van een continu proces” merkt Bert op, “Periodieke en herhalingstoetsen zijn nodig om te voorkomen dat je personeel diskwalificeert. Dat zou tot stilstand kunnen leiden. Hierdoor hebben we altijd een stok achter de deur om te blijven werken aan onze competenties.” Opleiden – en in het bijzonder werkplekopleiden – zit dankzij deze aanpak compleet verweven in de bedrijfscultuur van VFP. Operators zijn zich er steeds meer van bewust dat zij aan bepaalde kwalificaties moeten voldoen om op een bepaalde werkplek te mogen staan. Dat motiveert enorm om de trainingen te volgen. “Mooi is om te zien hoe men de smaak te pakken krijgt, wanneer men eenmaal een traject gevolgd heeft,” vertelt Johnny. “Ze willen dan steeds een stapje verder, ook al is het niet verplicht. Met deze houding komen we heel dicht bij de zelflerende organisatie waarbij er een continue groei is in kwaliteit.”